WAT NA OVERLIJDEN?

De bank van de overledene

 

Alle zicht-, bank-, en termijnrekeningen van de overledene en de gezamenlijke rekeningen met derden worden onmiddellijk geblokkeerd en de bankkluis wordt verzegeld. De gegeven volmachten vervallen. De gewone betalingen (gas, elektriciteit, ziekenhuisfacturen) handelt de bank meestal verder af. Ook de rekeningen van de partner wordt geblokkeerd. Er wordt 5000 euro verzet naar een nieuwe rekening. Deze kan gebruikt worden om van te leven totdat de rekening vrijgegeven wordt. Reken minimum op 4 weken.

De banken zullen vragen om een ‘erfrechtverklaring’ op te vragen en hun te bezorgen zodat de rekeningen terug kunnen vrij gegeven worden. Deze erfrechtverklaring kan opgevraagt worden aan de notaris of via een erkend bureau (bv Bosta Consult). Indien er een notariële akte is of er is een schenking gebeurd via de notaris dient altijd de notaris gevraagt te worden om die erfrechtverklaring op te vragen. Indien er geen akte is kan men dit ook zelf opvragen. Vraag gerust uitleg aan onze diensten om hier meer over te weten.

De bankinstelling is wel verplicht de fiscus in te lichten over de successierechten.
U kunt de bankbediende steeds aanspreken voor verder advies.

 

De werkgever

 

Breng meteen de werkgever van de overledene op de hoogte. Die zal, indien van toepassing, zowel de arbeidsongevallenverzekering als de eventueel afgesloten groepsverzekering op de hoogte brengen. Bij het overlijden van een kind kan hij/zij helpen om het kinderbijslagfonds te waarschuwen (zie ook ‘Maatregelen te nemen bij het overlijden voor kinderen’).
Uzelf hebt als werknemer het recht om met behoud van loon afwezig te zijn na het overlijden van een familielid.

De wettelijke duur van de afwezigheid is afhankelijk van de graad van verwantschap met de overledene.
Bij het overlijden van de echtgenoot of echtgenote, van een eigen kind of een kind van de echtgeno(o)t(e), van een vader, moeder, schoonvader, schoonmoeder, stiefvader of stiefmoeder heeft men recht op drie dagen, te kiezen in de periode die begint met de dag van het overlijden en eindigt met de dag van de begrafenis.

Bij het overlijden van een broer, zus, schoonbroer, schoonzus, grootvader, grootmoeder, kleinkind, overgrootvader, overgrootmoeder, achterkleinkind, schoonzoon of schoondochter die inwoont, heeft men recht op twee dagen, die door de werknemer te kiezen zijn tijdens de periode die begint met de dag van het overlijden en eindigt met de dag van de begrafenis.
Wanneer bovenvermelde personen niet inwonen, heeft men recht op één dag.
Als het overlijden zich voordoet in een periode van inactiviteit door bijv.
vakantie of ziekte, wordt dit betaalde verlof niet toegekend.

 

De dienst Pensioenen

 

Indien de overledene een pensioen genoot zal deze dienst automatisch verwittigd worden vanaf het moment dat er aangifte wordt gedaan op de burgerlijke stand.

 

Te contacteren instanties

 

• Ziekenfonds
Als u als persoon ten laste op het ziekenboekje van de overledene stond, moet u zich zo snel mogelijk laten verzekeren op eigen naam. Als uw inkomen een bepaalde jaarlijkse grens niet overschrijdt en u behoort tot de groep van rechthebbenden met verhoogde tegemoetkoming, dan kunt u ook van een voorkeurregeling genieten waardoor uw persoonlijk aandeel (opleg) veel kleiner is. Hiervoor moet u wel bij uw ziekenfonds een ‘verklaring op eer’ invullen en ondertekenen, waarbij u een recent pensioenstrookje of aanslagbiljet van de belastingen voegt. Uw ziekenfonds zal u hierover graag verder adviseren.

 

Begrafenisvergoeding

 

Privé-sector

 

Voor loontrekkenden of gepensioneerden die gewerkt hebben in de privésector, kan er via het ziekenfonds van de overledene een begrafenisvergoeding van minimaal 148,74 euro verkregen worden. Deze wordt uitbetaald aan de persoon die de facturen van de begrafenis heeft afgehandeld en deze kan voorleggen samen met een uittreksel van de overlijdensakte. Een aantal ziekenfondsen betaalt bovenop deze vergoeding nog een extra vergoeding.

 

Openbare sector

 

Voor dezelfde personen, maar dan uit de openbare sector, kan een vergoeding gevraagd worden via de werkgever of bij pensionering via de Administratie der Pensioenen, Sectie Begrafenisvergoedingen, tel. 02 210 36 11. Dit wordt uitgekeerd onder de vorm van een extra maand wedde of pensioen.

 

Zelfstandigen

 

Zelfstandigen en hun personen ten laste hebben geen recht op een begrafenisvergoeding, tenzij ze hiervoor een aanvullende verzekering afsloten
hebben bij het ziekenfonds.
Informeer ook eens bij de vakbond van de overledene naar mogelijke vergoedingen.

 

Verzekeringsagent/makelaar

 

Als een gewone levensverzekering afgesloten werd, ontvangt u als overblijvende partner een bepaalde som nadat alle formaliteiten vervuld zijn. Als u een schuldsaldoverzekering afsloot, zult u als overblijvende partner de aangegane lening niet meer op dezelfde manier hoeven af te lossen. Raadpleeg hiervoor steeds de polisvoorwaarden. Het kan ook zijn dat er een begrafenisverzekering werd afgesloten.
Mee te nemen naar uw verzekeraar:
• Polis
• Doktersattest met de vermelding van de oorzaak van het overlijden
• Bewijs van laatste premiebetaling
• Uittreksel overlijdensakte
• Pensioendienst
• De overledene was gepensioneerd
De uitbetalende pensioendienst dient op de hoogte gebracht te worden.
Welke dat is, kunt u lezen op de pensioenfi ches. U kunt het best terecht op de pensioendienst van uw gemeente of bij het ziekenfonds. Neem het meest recente pensioenstrookje mee. Deze dienst treft doorgaans ook de nodige administratieve maatregelen voor de achterblijvende partner. Enkel de weduwe of weduwnaar die zelf gepensioneerd is of geen eigen inkomen heeft, heeft recht op het pensioen van de overledene, weliswaar herberekend vanwege de nieuwe gezinssituatie. Ten onrechte uitgekeerde pensioenen worden teruggevorderd.

 

De overledene was nog niet gepensioneerd

 

Als de overledene nog niet van een pensioen genoot, kunt u als overblijvende partner een overlevingspensioen aanvragen via de pensioendienst van de
gemeente van de overledene of van uw ziekenfonds. Aan een aantal voorwaarden moet voldaan worden:

– De nabestaande moet minimum 45 jaar oud zijn. Dit geldt niet wanneer er een kind ten laste is of wanneer men voor 65% arbeidsongeschikt is.

– De echtgenoten moeten zeker gedurende één jaar gehuwd geweest zijn. Dit hoeft niet wanneer binnen 300 dagen na het overlijden een kind
geboren wordt of als het overlijden het gevolg is van een ongeval.

Voor weduw(e)n(aars) zonder inkomen kunnen voorschotten gevraagd worden op het bovenvermeld overlevingspensioen bij het OCMW (Openbaar Centrum Maatschappelijk Welzijn) van de eigen woonplaats. Die worden later wel teruggevorderd, maar zonder intresten.

 

Belastingen

 

Via een uittreksel van de overlijdensakte moeten de erfgenamen een aangifte van overlijden aan de belastingen te bezorgen. De overblijvende gezinsleden moeten aangifte doen van wijziging van burgerlijke staat, gezinslasten en inkomsten. De aangifte dient te gebeuren in het belastingkantoor waartoe de overledene behoorde.

 

Bank

 

Als de overledene een zicht- of spaarrekening bij de bank had, dan bestaat er een kans dat hieraan ook een verzekering bij overlijden door een ongeval is gekoppeld. Informeer bij zijn/haar bank. Betreffende de opening van de bankkluis zal men een ‘akte van bekendheid’ vragen die u kunt verkrijgen via de notaris of de vrederechter. Een ambtenaar van de Registratie en Domeinen moet wel aanwezig zijn, samen met de mede-erfgenamen.

 

Verzekeringen

 

Sommige polissen bieden waarborgen bij overlijden.

• Diversen
Alle abonnementen van tijdschriften op naam van de overledene, maar ook aansluiting op water-, gas- en distributienet moeten opgezegd worden.
Diensten die renten, toelagen of tegemoetkomingen toekenden aan de overledene moeten ook verwittigd worden. U bezorgt deze diensten best
een uittreksel uit de overlijdensakte. Rechten die ten onrechte ontvangen zijn moeten terugbetaald worden, zo niet is er een rechtsvervolging.

 

Regelingen in verband met kinderen

 

• Verhoogde kinderbijslag (= wezenbijslag)
Bij de aangifte van het overlijden aan het kinderbijslagfonds waarbij de overledene was aangesloten, wordt het recht op wezenbijslag onderzocht. Voor
een zelfstandige zal de Sociale Verzekeringskas waarbij men aangesloten is, het nodige doen. Als de overlevende vader of moeder later hertrouwt of
gaat samenwonen, vervalt de wezenbijslag.

• Voogdij over minderjarige kinderen. De ambtenaar van de burgerlijk stand, die de akte van overlijden opmaakt,
moet binnen drie dagen van het overlijden aan de vrederechter de verblijfplaats van de minderjarige meedelen. Wanneer één van beide ouders overleden is, blijft de overlevende ouder uitvoerder van het ouderlijk gezag.
Wanneer beide ouders overleden zijn zal de vrederechter een voogd aanstellen.
De voogd is iemand die geschikt moet zijn om de minderjarige op te voeden, zijn goederen te beheren en hem te vertegenwoordigen in  rechtshandelingen.
Deze wordt bij voorkeur gekozen uit de naaste familie.
Bij toewijzing wordt rekening gehouden met de wil van de overleden ouders  (aangewezen bij testament door de langstlevende ouder). Het minderjarig kind (12+) wordt tevens gehoord door de vrederechter. De vrederechter stelt ook een toeziende voogd aan om toezicht te houden op
de voogd bij de uitoefening van zijn of haar opdracht. Als er niet in het belang van de minderjarige wordt opgetreden, informeert de toeziende voogd de vrederechter. De vrederechter moet ook tussenbeide komen bij het afhandelen van bepaalde zaken (erfenis, huur, …).

 

Erfenis

 

• Erfgenamen
De erfgenamen kunnen opgenomen worden in een testament. Is er niets bepaald, dan bepaalt de wet dat enkel bloedverwanten (in vaste volgorde) en
de langstlevende echtgenoot erfrechten hebben.

• Testament
Bij het openen van de kluis van de overledene kan een testament te voorschijn komen of het kan ook bij een notaris geregistreerd zijn. Of er een testament is en waar dat zich bevindt, kunt u bij elke notaris navragen of bij het Centraal Register voor Testamenten, Bergstraat 30-34, 1000 Brussel, tel. 02 505 08 11.
Open op werkdagen van 9u tot 12u en van 14u tot 16u.
Als het testament niet geregistreerd is, dan moet de persoon die het testament bezit zich melden bij een notaris.
Aanvaarding of verwerping van de nalatenschap.
U bent niet verplicht om een erfenis te aanvaarden. Het zou immers kunnen dat de overledene meer schulden dan bezittingen had en dan erft u deze schulden mee. Voor u de erfenis aanvaardt of verwerpt kunt u aan de notaris vragen om een boedelbeschrijving te maken. Tot dan geniet u het zogenaamde ‘voorrecht van boedelbeschrijving’. Deze procedure start u via de griffie e van de Rechtbank van Eerste Aanleg in de gemeente waar de overledene woonde en dan wel binnen de 3 maanden na diens overlijden. Daarna krijgt u nog 40 dagen om een beslissing te nemen. Als u de erfenis uiteindelijk aanvaardt, dan moet u wel erfenisrechten (successierechten) betalen.

• Erfenisrechten of successierechten
Deze rechten kunnen beschouwd worden als belasting die betaald moet worden op de geërfde goederen en ze worden berekend o.a. volgens de grootte
van de erfenis en de graad van verwantschap. U moet ook aangifte doen van de erfenis.

• Aangifte en verdeling van de nalatenschap

• Aangifte
Wanneer u erft moet u aangifte doen binnen de 5 maanden (bij een overlijden in het buitenland is de termijn langer). Het aangifteformulier, verkrijgbaar bij het kantoor van Registratie en Domeinen, mag door de erfgenamen zelf worden opgesteld.

• Verdeling van de nalatenschap
De verdeling van een nalatenschap wordt bij wet geregeld tenzij men over een geldig testament beschikt, dan kunt u best een beroep doen op een
notaris. Wanneer in de erfenis onroerende goederen aanwezig zijn, moet de notaris een ‘authentieke akte’ opstellen.